La Pescheria Catania

In een land waar driekwart van de grens aan zee ligt, is het niet moeilijk verse octopus, inktvis en schaaldieren te vinden. In Catania, met de kleurrijkste vismarkt van het zuiden, krijgt de bezoeker een goed beeld van het ‘gewone’ Siciliaanse leven.

Als de wekker om zes uur ‘s ochtends afgaat besluiten we het ontbijt over te slaan om zo vroeg mogelijk op de vismarkt in de oude binnenstad te kunnen zijn. Toegegeven, de (industriële) buitenwijken van Catania zien er vervuild en mistroostig uit en dat kan een reden zijn waarom toeristen deze stad links laten liggen. Als we het centrum via de kilometerslange Via Etnea binnenrijden liggen de zijstraten er zo op het oog nog verlaten bij en er is nauwelijks enige activiteit te bespeuren. Maar schijn bedriegt, want zodra we achter de grote kathedraal van Sant’Agata aan het Piazza del Duomo een parkeerplaats voor onze auto trachtten te bemachtigen, staan tientallen driewielers en vrachtwagens kris kras op de weg en het trottoir geparkeerd. Een leverancier heeft grote moeite met het afleveren van zijn zware zakken ijs. Het getoeter en geschreeuw van marktkooplui en vissers is niet van de lucht en levert een chaotisch en lachwekkend tafereel op. Het zou zomaar een prachtige setting voor een Fellini-film kunnen zijn. Als we de chaos inlopen, zien we verderop twee agenten gezellig koffie staan drinken aan de bar in een klein café. Zo gaat dat dus hier in het zuiden. De Italiaan start zijn dag niet zonder een goede en verse cappuccino.

Ooit hadden de vissers van Catania hun kramen opgezet aan het riviertje de Amenano, omdat zij het water dat uitmondde in de zee goed bij de visverwerking konden gebruiken. Van die rivier is niets meer te zien, want deze werd onder het Piazza del Duomo weggewerkt. Dat wil in de natste maanden van het jaar nog wel eens problemen opleveren als de rivier door zware regenval plotsklaps enorm zwelt en het plein met zijn naastgelegen vismarkt compleet onder water zet. Op het plein van de Sant’Agata-kathedraal, het historische en sociale hart van Catania, bevindt zich de olifantfontein. Een uit grijs lavasteen gehakt olifantje met een antieke obelisk op zijn rug is sinds 1239 het officiële symbool van de stad. Door de Catanesi wordt hij Liotru genoemd en hij zou de stad beschermen tegen het natuurgeweld van de Etna.

Lees het hele artikel in de nieuwe editie van La Cucina Italiana.

Tekst: Eric Govers
Fotografie: Liesbeth van der Wal

Geef een reactie