Ingrediënten
- 500 g rabarber
- 400 g granny smiths
- 360 g fijne suiker
- 250 g bloem
- 130 g gezouten boter
- 70 g poedersuiker
- 1 eidooier
- 1 citroen
- 1 sinaasappel
- vanillestokje
- kruidnagelpoeder
Moeilijkheidsgraad
Bereiding
ca. 1 uur en 50 min., voor 6 personen
Recept is te vinden in
La Cucina Italiana mei 2010 op bladzijde 52
Schil de sinaasappel inclusief de witte binnenschil en snijd het vruchtvlees in partjes zonder de vliesjes. Snijd de partjes in stukjes. Breng 100 ml water aan de kook met 160 g suiker en de stukjes sinaasappel. Zet het vuur zachter en laat het geheel ca. 1 uur koken. Laat afkoelen (sinaasappelsaus).
Meng de bloem met de poedersuiker, de gezouten boter, de eidooier en 20 ml water en kneed de ingrediënten tot een deeg. Wikkel het deeg in vershoudfolie en laat het ca. 1 uur in de koelkast rusten.
Verwijder de klokhuizen uit de appels en snijd het vruchtvlees in blokjes. Doe de appels in een pan samen met de in stukjes gesneden rabarber, een half vanillestokje, een mespunt kruidnagelpoeder, 200 g suiker, het sap van de citroen en de sinaasappelsaus. Zet de pan op het vuur en kook het geheel ca. 15 minuten. Laat het afkoelen (confituur). Verwarm ondertussen de oven voor op 180°C.
Rol het deeg uit tot een lap met een dikte van 3-4 mm. Bekleed een vlaaivorm met uitneembare bodem (22 cm Ø, 3 cm h) met het deeg. Prik met een vork gaatjes in de bodem en bedek het deeg met bakpapier. Vul de vorm met droge peulvruchten (of bakknikkers) en bak de taartbodem ca. 15 minuten blind in de oven. Haal de bodem uit de oven en verwijder de vulling en het papier. Bak de bodem nog ca. 10 minuten in de oven.
Haal de bodem uit de oven en uit de vorm. Laat hem afkoelen en vul hem vervolgens met de confituur. Serveer.
